>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Fietsen rond Alpe d'Huez

Met de racefiets over de Galibier, Glandon, Croix de Fer, Madeleine, Iseran en meer...


(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!

In de zomervakantie zakken we met de racefietsen achter op de auto af naar de Franse Alpen, het fietsgebied bij uitstek voor wie van het beklimmen van beroemde cols houdt. Vanuit verschillende standplaatsen verkennen we het gebied. Eerst staan we 10 nachten op de camping in Allemont, een dorpje vlakbij Bourg d'Oisans. Als we zo'n beetje alle bergen in de nabijheid van de Alp verkend hebben, verhuizen we naar St Jean de Maurienne. De laatste dagen staan we op de camping van Lanslebourg van waaruit we het dak van de vakantie beklimmen: de Iseran. Naast een aantal grote cols uit de Tour de France (Alpe d'Huez, Galibier, Madeleine, etc) zoeken we vooral ook de minder gebaande cols op als de Sabot, de Sarenne, de Mollard en de Mont du Chat. Vaak brengt ons dit op smalle weggetjes zonder verkeer middenin de ruige natuur.

Op weg naar Alpe d'Huez



Cols

In de tekst worden beklimmingen cursief weergegeven. De rode bergjes verwijzen naar het hellingprofiel en wat statistieken van de betreffende klim. Zie het col-overzicht voor informatie over alle cols die ik beklommen heb.



Dagoverzicht

Dag 1: Armentier / Sarenne
Dag 2: La Bérarde / Alpe d'Huez
Dag 3: Sabot / Collet de Vaujany
Dag 4: Morte / Parquetout / Ornon
Dag 5: Lac Besson (via Villard Reculas en Alpe d'Huez)
Dag 6: Chamrousse
Dag 7: Alpe d'Huez / Villard Notre Dame
Dag 8: Glandon / Telegraphe / Galibier
Dag 9: rustdag
Dag 10: Chaussy
Dag 11: Madeleine / Glandon / Croix de Fer
Dag 12: Mollard
Dag 13: Mont du Chat / Grand Colombier
Dag 14: rustdag
Dag 15: Mont Cenis
Dag 16: Iseran (2x)
Dag 17: Finestre
Dag 18: rustdag (kabelbaan Aiguille du Midi)
75 km
111 km
47 km
116 km
54 km
56 km
75 km
162 km

41 km
106 km
44 km
120 km

33 km
101 km
29 km

2055 hm
2265 hm
1830 hm
2565 hm
1465 hm
1440 hm
2135 hm
3770 hm

1160 hm
3290 hm
1210 hm
3210 hm

785 hm
2475 hm
1695 hm



Reisverslag



500 m boven Bourg d'Oisans...

Dag 1: Armentier - Sarenne - Alpe d'Huez
> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Viel er gisteravond bij aankomst nog een buitje, vandaag ziet het weer er een stuk beter uit. Na een ontbijt met stokbrood en pain au chocolat maken we ons op voor de eerste fietstocht. Er staat een rondje over de Col de Sarenne op het programma. Na het beklimmen van de stuwdam draaien we terug richting Rochetaillée. In Bourg d'Oisans slaan we af richting Alpe d'Huez. Tot de Côte de Armentier is het een dikke acht kilometer klimmen. We beginnen deze vakantie met de eerste bochten van de klim naar L'Alpe d'Huez. Steil gaat het langs de rotswand omhoog. Even wennen. Op deze drukke zaterdagochtend hangt er een dichte walm uitlaatgassen. Bij La Garde zijn we blij dat we de grote weg kunnen verlaten. Vijf minuten later vinden we onszelf terug op een smal weggetje zonder verkeer. Het contrast kan bijna niet groter zijn. Gestaag klimt het verder omhoog. Een prachig uitzicht op het dal van Bourg d'Oisans ontvouwt zich. Fabuleus! Op een gegeven moment scheidt een smal en laag muurtje ons van een afgrond van 500 m. De waarschuwing voor vallend gesteente blijkt niet voor niets. Met scherpe tikken zien we stukjes steen uit de rotswand tegen het asfalt slaan. Geen prettig gezicht... Maar boeie, wat een fantastische route is dit!


Een steile afdaling brengt ons in Le Freney. Mijn nieuwe remblokjes hebben wat problemen met de plotselinge belasting. Ze lijken een beetje op te krullen. Na wat gehannes werkt het beter. In Le Freney pakken we een cola bij een restaurantje, waar men Nederlands spreekt. Na de lunch gaat het verder over de drukke N91 naar het stuwmeer onderaan Les Deux-Alpes.


Sarenne

Vlak na het passeren van de dam slaan we linksaf. Meteen gaat het steil omhoog richting Col de Sarenne . Als we het dorpje Mizoën bereiken vlakt het wat af. We dalen zelfs even om een riviertje over te steken, waarna het dubbel zo hard weer omhoog gaat. We lijken steeds verder een doodlopend dal in te fietsen. Waar zou de col toch liggen? Het bos waar we door fietsen is niet bevorderlijk voor de orientatie. Voorbij Le Perron wordt het duidelijk. We gaan dus toch tegen die hoge linker bergwand op. We bevinden ons nu op een smal weggetje met slecht wegdek. Maar het uitzicht wordt met de minuut mooier. Al snel ligt Le Perron in de diepte en verrijzen de met sneeuw bedekte toppen van La Meije in de verte. Boven ons komt de col steeds dichterbij. Wat een landschap! Na vier kilometer aan 9 à 10% staan we op de top. Een pittige klim voor op de eerste dag.


Na een korte pauze beginnen we aan de afdaling met de beruchte uithollingen overdwars: gemene goten belegd met ruwe steenplaten die overtollig smelt- en regenwater richting dal afvoeren. Vandaag staan ze droog, maar het blijft oppassen. Door een kaal landschap golft de weg verder richting Alpe d'Huez. We komen het skioord binnen langs het vliegveld. We verwonderen ons over de landingsbaan, die een helling van 16% blijkt te hebben! Na een welverdiende cola bij een van de restaurantjes dalen we via Villard Reculas terug naar de camping in Allemont.






Sarenne



Dag 2: La Bérarde - L'Alpe d'Huez - Villard Reculas
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

De etappe van vandaag begint rustig. Het eerste half uur fietsen we door de vlakke vallei van de Romanche. Als de weg scherp naar links buigt en in een gorge flink begint te stijgen, slaan wij rechtsaf richting La Bérarde . Na een paar kilometer begint het eerste deel van de klim naar het fietshotel van Les Ougiers. Tot het dorpje Venosc blijft het vervolgens goed te doen. Over een smalle brug steken we daar de snelstromende Vénéon over. Daarna barst de klim in volle hevigheid los. Zonder haarspeldbochten gaat het met meer dan 10% omhoog. Als we via een stuwdam de rivier weer oversteken wordt het weer vlak. De rivier (of is het een meer?) is hier erg breed met verschillende takken. Veel kayakkers hier. Even verderop begin het leukste deel van de klim. Met een aantal haarspeldbochten klimmen we tegen de linker bergwand omhoog. Vanaf St. Christophe is het minder steil. Over de smalle weg fietsen we steeds verder het prachtige dal in. Na een paar kilometer vals-plat naar beneden volgt het laatste stijgende gedeelte naar La Bérarde. Bij het restaurant vieren we de beklimming met een ijskoude cola.


Terug in Bourg d'Oisans overleggen we over het vervolg. Jantine vindt het wel genoeg geweest en gaat terug naar de camping. Ik besluit nog een ommetje te maken over Alpe d'Huez . Iets te enthousiast begin ik in de hitte aan de eerste steile kilometers. Ik ben blij als het in La Garde wat vlakker wordt. Hoe hoger ik kom, hoe zwaarder ik het krijg. Na 1:08 ben ik bij het spandoek in Alpe d'Huez. De tijd valt me niet mee, ook al heb ik La Bérarde al in de benen. Maar goed, over een paar dagen in de vroege ochtend nog maar eens proberen. Vanaf het spandoek volg ik samen met een andere Nederlander de bordjes richting de Tourfinish. Vanaf de bekende laatste bocht naar links gaat het nog vies omhoog. Dat zie je er op TV niet zo van af, bedenk ik me. Na een korte stop vat ik de afdaling aan. Net als gisteren pak ik de weg via Villard Reculas. Behoorlijk kapot kom ik na 111 km op de camping aan.






Col du Sabot



Dag 3: Sabot - Collet de Vaujany
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

De Col de Sabot is een nog grotendeels onbekende parel in het fietsgebied rond Alpe d'Huez. De klim bestaat uit twee gedeelten. Het eerste deel gaat over een brede glad geasfalteerde weg naar het skidorp Vaujany. Vooral de eerste kilometers zijn erg steil. Na een grote parkeerplaats en een paar tennisbanen begint het tweede deel van de verder doodlopende klim, dat een aantal jaren geleden geasfalteerd is. Hier begint het unieke deel van deze klim. De weg is smal en het wegdek niet van heel goede kwaliteit, maar het ongerepte landschap vergoedt alles. Een serie haarspeldbochten brengt ons hoog op de schaars begroeide berghelling. Het uitzicht terug het dal in op Vaujany, het stuwmeer van Allemont en de bergen erachter is indrukwekkend. Bovengekomen vinden we een eenvoudige parkeerplaats die als uitvalsbasis voor wandelingen kan dienen. Op de col hebben we een prachtig uitzicht op de Col de Glandon in de diepte. Ver achter de Glandon zien we voor het eerst deze vakantie de majestueuze top van de Mont Blanc.

Collet de Vaujany


Boven op de Sabot eten we het meegebrachte stokbrood op, waarna we voorzichtig aan de afdaling beginnen. Net voorbij Vaujany slaan we af naar de Collet de Vaujany . Table d'orientation over 5 km geeft het bord aan de kant van de weg aan. Het wegje staat niet op de Michelin kaart, maar is gewoon goed geasfalteerd. Steil is het wel. En op deze warme zomerdag is het het bakken tegen de op het zuiden gelegen bergwand. Een kleine 500 meter hoger arriveren we bij het uitzichtpunt en dat is de beklimming meer dan waard! Een panorama van meer dan 180° ontvouwt zich. Het stuwmeer van Allemont ligt aan onze voeten. Verder alles wat maar kunt bedenken: Oz-station, de weg naar Villard Reculas, het dal naar Bourg d'Oisans, de klim naar de Glandon en niet te vergeten de bergketen van de Belledonne. Nadat we de drie uitkijktafels bestudeerd hebben, storten we ons in de afdaling. Uitkijken op de smalle weg! Bij Vaujany komen we weer op de grote weg uit, waarna we gladjes naar beneden zoeven. Lekker vroeg en na maar 47 km zijn we weer terug op de camping. Relax, het is vakantie!



Dag 4: Morte - Parquetout - Ornon
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Tijdens het ontbijt voor de tent zien we zoals elke dag hordes racefietsers tegen de stuwdam opklauteren, op weg naar de Col de Glandon en verder. Wij weerstaan voorlopig de roep van deze prachtige col en gaan vandaag de andere kant uit. Er staat een mooi rondje ten zuidwesten van onze standplaats op het programma. Eenmaal onderweg krijgen we eerst 20 km over de veel te drukke route nationale richting Grenoble voor de wielen. Gelukkig gaat het meestal behoorlijk naar beneden, zodat dit stuk snel voorbij is. In Séchilienne verlaten we de grote weg. Hier begint de klim naar de Col de la Morte , ofwel de Alpe du Grand Serre. Dit blijkt een heerlijk rustige klim door een bos te zijn. De weg is breed, het asfalt goed en de weg niet te steil (constant zo'n 7 à 8%). Het geluid van de drukke weg in het dal verdwijnt langzaam steeds verder in de diepte. Kortom, een heerlijke klim om de dag mee te beginnen. Bij het colbordje in La Morte is het tijd om de meegebrachte delicatessen uit de boulangerie van Allemont te verorberen. Met nieuwe energie storten we ons even later in de korte maar verrassend steile afdaling.


Na het steile stuk gaat het verder vals-plat naar beneden. Bij een smal zijweggetje is er even twijfel over de te volgen route omdat de bewegwijzering hier ontbreekt. Een blik op de kaart brengt duidelijkheid: rechtdoor gaat het naar de Col de Malissol, wij moeten linksaf. Dus duiken we het steile rivierdalletje in, waarna er aan de overkant natuurlijk een net zo steile klim ligt te wachten. De golvende weg brengt ons naar Siévoz, waar we afslaan naar Valbonnais. We zijn vandaag niet de enigen die vandaag het rondje over de Morte en de Ornon fietsen. Als je in de buurt van Alpe d'Huez bivakkeert is het een mooie gelegenheid om eens een dagje in een wat ander gebied te fietsen. In Valbonnais pakken we een terrasje, waarna we ons opmaken voor een klim die al jaren op mijn verlanglijstje staat.

Col d'Ornon


De Col de Parquetout is een van de bekendere steile-wand beklimmingen in de Franse Alpen. Over de laatste 6 km stijgt de weg gemiddeld 11%. Tot het dorpje Les Angelas is het nog allemaal goed te doen, daarna wordt het bikkelen op het smalle weggetje door het bos. Verrassend genoeg, valt ons de zwaarte van de klim allessinds mee. Het is maar net waar je je op in stelt. De uitzichten het dal in zijn weer erg mooi. De bergen in dit gebied lijken wat minder hoog en ruig dan in de buurt van Alpe d'Huez. Zonder te forceren bereiken we het hoogste punt. Vanaf hier kun je, geloof het of niet, afdalen naar de col zelf die een paar honderd meter verderop ligt. We maken rechtsomkeert en na een noodzakelijk koekjespauze in Entraigues wacht het toetje van de dag, de Col d'Ornon van de zuidkant. De schaduwen worden al langer als we tussen de groentetuinen door langzaam richting het einde van het dal klimmen. Na een ellenlang stuk vals-plat zijn de laatste kilometers naar de col wat steiler. Na de prachtige en bij vlagen spectaculaire afdaling komen we weer op bekend terrein. De laatste vlakke kilometers maken we nog even flink tempo om voldaan op de camping te arriveren.







Lac de Allemont



Dag 5: Villard Reculas - Alpe d'Huez - Lac de Besson
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Terwijl de camping gonst van deelnemers aan de Alpe d'Huez triathlon doen wij het rustig aan deze ochtend. Als de laatste zwemmers het meer van Allemont verlaten hebben en op de fiets zijn gestapt voor het tweede deel van de wedstrijd, maken wij ook de fietsen klaar en gaan we op weg voor een klein rondje. Het plan is om via de achterdeur naar Alpe d'Huez te klimmen, te lunchen bij een van de bergmeertjes (Lac Besson ) boven het ski-oord en om daarna weer lekker af te dalen naar de camping. De brede weg naar Villard Reculas is eerst vrij saai, maar later krijg je een prachtig uitzicht op het stuwmeer van Allemont en de bergen rond Vaujany.

Alpe d'Huez


Als de weg naar links om de bergkam buigt krijgen we opeens zicht op het dal van Bourg d'Oisans. In Villard Reculas wordt de weg smal, waarna een prachtig stukje langs de bergwand volgt. Na een korte afdaling komen we in Huez. Hier slaan we meteen linksaf, waarna we tussen de bochten 5 en 6 op de grote weg naar Alpe d'Huez uitkomen. Ontspannen leggen we de laatste kilometers naar het ski-oord af. Bij de Tour-finish gaan we rechtdoor. Langs de liften klimmen we verder over de alpenweides, op weg naar de meertjes boven het dorp. We passeren een colletje waar je een mooi doorkijkje hebt richting Vaujany. Bij het Lac Blanc aangekomen, blijkt het daar een drukte van belang te zijn. Op deze mooie zomerdag hebben veel mensen bedacht dat je hier heerlijk kunt wandelen. Zittend op een bankje genieten wij van onze verdiende lunch.


In de afdaling van de Alpe is het oppassen omdat juist de deelnemers van de triathlon met hun beklimming bezig zijn. Het gevaar komt niet zozeer van de sporters, alswel van de toeschouwers aan de kant van de weg die reikhalzend uitkijken of hun held/in er al aan komt. Verrassend als er dan opeens verkeer van boven komt. Gelukkig staat in de onderste helft minder publiek.






Col Luitel



Dag 6: Luitel - Chamrousse
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Voor vandaag staat de klim naar Chamrousse op het programma. Om niet twee maal het vieze drukke stuk over de route nationale te hoeven fietsen, zetten we de fietsen op de auto en rijden naar Séchilienne. Vanaf hier beklommen we eergisteren de Col de la Morte. De klim naar de skistations van Chamrousse bestaat uit twee gedeelten. Je kunt er op verschillende manier komen, maar de variant die wij vandaag doen is een van de zwaarste klimmen in de Alpen! Dat zit hem vooral in het eerste deel van de klim, die naar de Col Luitel leidt. Onverwacht zien we ons geconfronteerd met 9 km bijna onafgebroken 10%. Het wegje naar de Luitel voert door een dicht bos. Door de vele slingers heb je geen idee waar je naartoe fietst. Helaas is het wegdek pas geleden rijkelijk met een verse splitlaag bestrooid. We moeten er niet aan denken hier nu af te moeten dalen.


Bij de col aangekomen wordt het even vlak. We passeren het idyllische Lac Luitel, waarna de weg eindigt op de grote ringweg van Chamrousse. We slaan rechtsaf en klimmen verder omhoog. Het contrast met de Luitel is enorm. Niet alleen is dit tweede gedeelte van de klim een stuk minder steil, door de brede glad geasfalteerde weg voelt het een stuk minder ongerept dan onderin de klim. Er is een overeenkomst: we hebben geen idee wanneer de klim ophoudt. Chamrousse bestaat uit een aantal ski-dorpjes. Bij Roche-Béranger bereiken we het hoogste punt. Het is frisjes hierboven. We zetten meteen de afdaling in. Op deze brede baan waar amper auto's te bekennen zijn, is dat puur genieten. Het uitzicht op Grenoble in het bovenste deel van de afdaling mag hier niet onvermeld blijven. Na de lunch in Uriage-les-Bains fietsen we via Vizille weer terug naar de auto in Séchilienne.






Bourg d'Oisans



Dag 7: Alpe d'Huez - Villard Notre Dame - Saulude
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

's Ochtends een klim, 's middags een klim. Dat is het plan voor de dag van vandaag. We beginnen met de lang verwachte tijdrit naar Alpe d'Huez . Rustig fietsen we over de grote weg naar Bourg d'Oisans. Bij het bruggetje na de rotonde steken we nog wat voedsel naar binnen, waarna we de Alp aanvallen. Ik ben benieuwd hoeveel ik van mijn tijd eerder deze week kan afhalen nu ik fris ben en het een stuk minder warm is. Geconcentreerd stamp ik tegen de berg op. Ik ben blij als het kerkje van La Garde zich aandient en de eerste steile kilometers er op zitten. We zijn niet de enigen op de berg. Tijdens de hele klim zijn we omringt door medefietsers. Dat geeft hier omhoog rijden toch altijd weer iets extra's. De bochten van etappewinnaars in de Tour de France volgen elkaar snel op. Na Huez volgt nog een flink steil stuk. De man van Photo-Breton, die zoals altijd in bocht 2 staat opgesteld, wordt voor de gelegenheid door de binnenbocht gepasseerd. Net als ik me opmaak voor het stuk door het dorp naar de Tour-finish zie ik dat de weg voor mijn neus geblokkeerd is. Zo'n 50 meter voor het spandoek bij de tunnel klok ik af in 1:02. Toch 6 minuten sneller dan een paar dagen eerder. Nog een keer zo'n hap eraf en het begint ergens op te lijken. Als Jantine ook boven is dalen we maar snel weer af naar Bourg d'Oisans, waar we lunchen op een terras met een heerlijke salade.

Naar Villard Notre Dame


Na een lekkere pauze stappen we weer op de fiets. We volgen de bordjes naar Villard Notre Dame. Langs de kerk verlaten we Bourg d'Oisans aan de achterkant. De beklimming van de Col de Saulude is begonnen. Deze spectaculaire klim moet je gedaan hebben als je in deze buurt op vakantie bent, in ieder geval het stuk tot Villard Notre Dame. Het is wel steil, maar de grotendeels in de rotswand uitgehakte weg biedt diepe afgronden en fantastische panorama's. De pikdonkere tunnels zorgen voor een spannend effect. We waren gewaarschuwd, dus we hadden fietslampjes meegenomen, hoewel het effect daarvan tegenvalt. Zo gauw je de uitgang van de tunnel ziet, gaat het wel weer. Gelukkig komt dat moment steeds juist op tijd. Na het stuk langs de rotswand slingert de weg door een bos omhoog naar Villard Notre Dame. Hier maken de meeste fietsers rechtsomkeert, maar door verder te fietsen naar de Col de Saulude kun je een mooi rondje maken. Helaas moet je dan enkele kilometers onverhard voor lief nemen. We hopen maar dat het er enigszins fatsoenlijk bij ligt...

Naar Villard Notre Dame


Eerst is er nog weinig aan de hand. Het is smaller en er ligt veel meer grind op de weg, maar dat is alles. Tussen de koeien door klimmen we door een weiland verder omhoog. Dan wordt het na een bocht naar links toch nog onverhard. Dit onverharde stuk loopt lichtjes naar beneden. Voorzichtig en met lage snelheid zigzaggen we tussen de grootste stenen door. Niet voor niets, want plotseling zien we het perfecte uitzicht op Alpe d'Huez. We kunnen de hele weg er naar toe onderscheiden. Hier maken ze dus die bekende ansichtkaart! Onverwachts gaat het nog even flink omhoog. Niet handig op dit veredelde wandelpad. Maar na een minuutje zijn we boven op de Saulude, waar meteen weer asfalt ligt. Langs het dorpje Villard Reymond gaat het steil naar beneden. De kwaliteit van het asfalt neem nu met sprongen toe. Een heerlijk technische afdaling naar La Pallud aan de weg naar de Ornon volgt. Vanaf hier volgen we de inmiddels bekende weg naar de camping. Een lekker dagje zo!






Beklimming Glandon



Dag 8: Glandon - Télégraphe - Galibier
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Al vroeg zitten we op de fiets voor de koninginnerit van deze vakantie: het bekende rondje over de Glandon en de Galibier, onder wielertoeristen ook wel bekend als de Marmotton. In de schaduw van de bergwand is het nog fris. De Col du Glandon is een prachtige berg om mee te beginnen. De beklimming is erg onregelmatig, er zitten zelfs een paar flinke tussentijdse afdalingen in. Na een eerste steile stuk door een bos dient het dorpje le River d'Allemont zich aan, waar we even kunnen bijkomen. Het passeren van de bypass, die aangelegd is om de instorting uit de jaren '80 te ontwijken, gaat gepaard met enkele gemene stukken. Voorbij het grote stuwmeer van Grande Maison zien we de eerste marmot. Ineengezakt geniet het luie knaagdier op een stuk rots van de zonnestralen. Door de alpenweiden klimt de weg verder omhoog. Bij een restaurantje slaan we linksaf naar de top van de Glandon die honderd meter verderop ligt. De Croix de Fer, die 2.5 km rechtdoor ligt, bewaren we voor over een paar dagen.


Vanaf de Glandon gaat het steil naar beneden. Een prachtige afdaling. De Mont Blanc is duidelijk te zien in de verte. Na een paar kilometer verdwijnt de massieve top achter de bergen op de voorgrond. Bij St. Colomban wordt het even vlak, waarna het in onoverzichtelijke slingers weer rap bergafwaarts gaat. Bij Pontamafrey komen we op de drukke Route Nationale uit. We volgen het geindustrialiseerde Mauriennedal 15 km stroomopwaarts. Het gaat dus veelal vals-plat omhoog. Dit is veruit het minst plezierige deel van het rondje. In St. Michel-de-Maurienne vinden we in een parkje beschutting tegen de brandende zon. Tijd voor de lunch!

Eerste deel Galibier


In St. Michel slaan we af naar de Col du Télégraphe . Boven op de bergkam zien we een massief betonnen kolos. Het blijkt een 19e eeuws fort wat tot doel had de strategische route over de Galibier te bewaken. Er is veel verkeer op de berg vandaag. Na de drukke N6 hadden we ons verheugd op een rustige beklimming, maar dat zit er helaas niet in. Op een ´zwarte zaterdag´ is het ook op de cols druk blijkbaar. De kronkelige pasweg gaat grotendeels door het bos. Echt steil wordt het nergens, de tweede helft is wat gemakkelijker dan de eerste. Niet ver voor de col draait de weg helemaal terug naar het dal, wat een prachtig uitzicht oplevert. Voor de rest is de Télégraphe niets meer dan de poort naar de roemruchte Galibier.

Galibier vanaf de top


Na een korte afdaling komen we in skioord Valloire, waar we tegenover de fraai beschilderde kerk een cola drinken op een terras. Met aangevulde suikervoorraad beginnen we even later aan de klim naar de Col du Galibier . De eerste 10 km gaan min of meer rechtuit door het dal, steeds verder het hooggebergte in. Dit is niet het moeilijkste stuk van de klim, maar omdat het in het brede dal niet altijd goed te zien is dat het daadwerkelijk behoorlijk omhoog gaat, voelt het toch zwaar. Na de haarspeldbocht van Plan Lachet begint de weg in grote lussen tegen de bergwand op te klimmen. Het uitzicht terug het dal in is geweldig. Een paar kilometer verder zien we voor het eerst de col. Flink hoog nog, terwijl we toch al ruim boven de 2000 m zitten. De kale rotsmuur in de verte ziet er imponerend uit. We merken dat we vandaag al dik 100 km in de benen hebben. Het is bikkelen hier. Op 1 km voor de top kan je met de auto een tunnel in die onder de col doorgaat. Wij volgen de pasweg en klimmen de laatste steile bochten omhoog. Voor de gein pers ik er nog een sprintje uit. Even later staan we op de col, 2646 m boven zeeniveau. Door alle stickers van motor- fiets- en andere clubs is het colbordje bijna niet meer te lezen. Dat plakken moest verboden worden!


Nadat we uitgebreid op de top rondgekeken hebben beginnen we aan de lange afdaling naar Bourg d'Oisans. Al snel passeren we het massieve gedenkteken dat moet voorkomen dat de stichter van de Tour de France, Henri Desgrange, vergeten wordt. Op de Col du Lautaret slaan we rechtsaf. Op de Route Nationale is het voor de verandering geweldig druk. In het dorpje La Grave is het een complete chaos. De tunneltjes richting het stuwmeer bij Les Deux-Alpes leveren geen problemen op. Hoewel, vlak na het het verlaten van een ervan wordt ik door een geschrokken bij in mijn been gestoken, wat me de week erna een mooi ei oplevert. In Bourg d'Oisans doen we inkopen bij een supermarkt, waarna we de laatste bekende kilometers naar de camping afleggen.



Dag 9: Rustdag

Wat is het ideale programma voor de dag na een grote inspanning, gegeven het feit dat het ook nog eens erg regenachtig is? Inderdaad, lang uitslapen en er een rustdag van maken. Tussen de buien door doen met de auto boodschappen in Bourg d'Oisans. Bij de supersized Casino aan de rand van het dorp is het stervensdruk. Bij het zien van de mensenmassa maken we rechtsomkeert en doen we boodschappen bij het kleine maar prettige supermarktje even verderop. Als aandenken aan onze week koop ik nog een wielershirt bij "Cycles et Sport", de bekende fietsenzaak en souvenirshop van Bourg. 's Avonds gaan we uit eten bij het door Nederlanders gerunde fietshotel "La Douce Montagne", wat op een paar minuten lopen van de camping in Allemont ligt.



Dag 10: Chaussy
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

's Ochtends is het inpakken geblazen. We gaan verhuizen van Allemont naar St Jean de Maurienne. De autorit over de Glandon is avontuurlijk. De col zit dik in de wolken. In de steile bochtige afdaling langs afgronden is het zicht nihil. Maar we komen heel beneden en tegen lunchtijd staat de tent alweer op zijn nieuwe plekje.

Col de Chaussy


Het weer is nog steeds van slag, maar omdat twee rustdagen achter elkaar wat veel van het goede is, gaan we 's middags toch maar een stukje fietsen. In een miezerig regentje verlaten we St Jean op weg naar de Col de Chaussy . We beklimmen de col via de spectaculaire lacets de Montvernier. Dit is een serie van 18 korte haarspeldbochten waarmee de pasweg zich tegen de steile rotswand aan het dal uit slingert. Na deze attractie komen we in meer open landschap. De weiden waar we door fietsen zijn akelig groen. Gelukkig houdt het op met regenen. Een stukje verderop is de weg in de rotswand uitgehakt. Er liggen stukken rots op het wegdek en we horen een keer een scherpe tik. Doorfietsen maar! Wel erg mooi. Ver in de diepe ligt het geïndustrialiseerde Mauriennedal. We passeren het dorpje Montpascal, waarna het niet ver meer is naar de verlaten top. Het asfalt houdt hier op, maar met een MTB schijn je een mooi rondje te kunnen maken richting La Chambre. Wij keren om en arriveren zonder problemen via bijna dezelfde weg weer in St. Jean.





Col de la Madeleine



Dag 11: Madeleine - Glandon
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Na twee wat rustiger dag is weer tijd voor wat serieuzer werk. Nadat we lekker hebben kunnen warmrijden op de nog rustige N6 komen we in La Chambre. Hier begint de klim naar de Col de la Madeleine , met 1500 hm over 19 km echt een col van de buitencategorie. Na de regen van de afgelopen dagen is het nu weer stralend weer. In een niet te hoog tempo fietsen we tegen de berg op. Ik heb last van een tik in mijn achterwiel. Na een kleine inspectie is het geluid verdwenen. Halverwege de klim worden we tot afstappen gedwongen door een gendarme. Over de weg wordt een cabine van een skilift naar beneden getransporteerd. Al het andere verkeer moet aan de kant. We maken van de gelegenheid gebruik om wat te eten en te drinken. Er zijn veel fietsers op de weg vandaag, waaronder opvallend veel dames. Via de drukke skioorden van Longchamp klimmen we verder naar de top. Bovengekomen hebben we weer een fraai uitzicht op de Mont Blanc. Op het terras proberen we de bessentaart. De punten van maar liefst 90º zijn een aanrader!

Col du Glandon


Terug in La Chambre is het tijd voor de lunch, waarna we ons opmaken voor de tweede klim van de dag. Eindelijk ga ik de noordkant van de Col du Glandon beklimmen, die berucht is om zijn ruige en steile slotkilometers. Het eerste deel van de klim slingert de weg door een bos naar het dorpje St Colomban de Villards. In het dorp volgt een vlak stuk, waarna de zware kilometers naar de top beginnen. Door een ongerept landschap met bergstroompjes en weiden en kale rotsen. Als we omkijken zien we achter het dal van de Madeleine de Mont Blanc weer verrijzen. Het venijn zit hem in de laatste drie kilometers. Na een lange sprint kom ik voldaan boven op de col. In WOII is hier flink gevochten. Een gedenksteen herinnert aan de gevechten die hier in 1944 hebben plaatsgevonden tussen de maquis, het Franse verzet, en de Duitse Wehrmacht.


Na een korte pauze gaan we verder. Na 100 meter slaan we linksaf en klimmen we de laatste kilometers naar de Col de la Croix de Fer. Hierna volgt de lange afdaling naar St Jean. Er zitten wat stukken vlak in en zelfs een paar klimmetjes. In het laatste steile bochtenreeks gaat het mis. Pang! er knalt een spaak uit mijn achterwiel. Een geluk bij een ongeluk is dat we nog maar een paar kilometer van St Jean verwijderd zijn. Met slag als een achtbaan in mijn wiel daal ik met losse remmen voorzichtig verder af. In het dorp hadden we al een fietsenmaker gezien, waar we de fiets heen brengen. De oude baas heeft ondanks ons gebrekkige Frans al snel door wat eraan schort. Hij beweert nog mecanicien van Joop Zoetemelk te zijn geweest! Er klinkt een gesmoord merde als hij mijn platte spaken ziet die bij de as zijn vastgeschroefd. Maar morgenochtend om 9 uur kunnen we de fiets weer ophalen. Klinkt goed!



Dag 12: Mollard
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Voordat we de fiets gaan ophalen is er het campingontbijt. De gemeenteraad wil graag weten hoe de toeristen over het dorp denken en biedt daarom ons campinggasten een ontbijt aan. Na een toespraakje van de burgemeester zijn er croissants, pains au chocolat en jus d'orange. Daarna snel per auto naar de fietsenmaker om het aluminum ros op te halen. De beste man blijkt er gisteravond na sluitingstijd nog een flinke dobber aan gehad te hebben. Alles is gelukkig weer piekfijn in orde. Ook de speling op de achteras, te danken aan het gestuiter op enkele minder glad geasfalteerde afdalingen, is netjes verholpen.

Col du Mollard


Opgelucht prepareren we ons even later op de camping voor een kort rondje over de Col du Mollard . Door alle wegen en spoorlijnen die door elkaar lopen is het even zoeken naar de juiste weg naar Villardgondran. Maar dan begint de klim en is het voorbij met de drukte. Als we het dorp verlaten hebben klimt de weg verder door een bos. Tussen de bomen door slingert de weg met een record aantal haarspeldbochten het dal uit. GoogleMaps laat zien dat er over 9 km 38 bochten liggen! Erg leuk om tegen op te fietsen. We staan vandaag in de relax mode en doen het lekker rustig aan. Op de afgelegen weg is het niet druk. Het dorpje Albiez-le-Jeune markeert het eind van het bos en de haarspeldbochten. Het vervolg van de klim is erg onregelmatig. We pauzeren in Albiez-le-Vieux. Een kort, wat steiler knikje later staan we op de col. De onoverzichtelijke afdaling komt uit op de grote weg naar de Croix de Fer. We slaan rechtsaf en niet veel later zijn we weer terug op de camping.





Mont du Chat



Dag 13: Mont du Chat - Grand Colombier
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Na het ontbijt stappen we in de auto en cruisen we met de fietsen achterop over de haast lege snelweg richting Chambéry. Na een klein uurtje rijden, parkeren we de auto aan de rand van het Lac du Bourget aan de voet van de beruchte Mont du Chat . Al jaren staat deze berg op mijn verlanglijstje en vandaag is het zover. Gespannen beginnen we aan de klim; 10 km aan gemiddeld 10%, dat is immers straffe kost. Bij het grote publiek is de berg minder bekend. Slecht eenmaal, in 1974, werd de berg in de Tour de France beklommen. We beginnen rustig aan en fietsen op reserve omhoog. Het uitzicht over het meer, dat snel in de diepte verwdijnt, is super. Aan de overkant ligt Aix-les-Bains. Net ten zuiden van het meer stijgen kleine vliegtuigjes op vanaf vliegveld Le Bourget. Door een bos slingert de weg in grote lussen tegen de bergrug op. De afstanden tussen de schaarse haarspeldbochten loopt op tot boven de twee kilometer. Zwaar, zulke lange rechte einden. Na de laatste bocht is het niet ver meer naar de top, waar een wit-rood gestreepte mast staat opgesteld. Het panorama, met op de voorgrond het Lac du Bourget, is indrukwekkend. Achter een aantal bergruggen is natuurlijk weer de Mont Blanc te zien. In het zuidoosten liggen de besneeuwde toppen van de Grandes Rousses, de bergen boven Alpe d'Huez. Hoewel de Mont du Chat maar 1500 m hoog is, kun je toch enorm ver kijken, omdat er geen hogere bergen in de buurt zijn die het uitzicht belemmeren.

Uitzicht Mont du Chat richting Mont Blanc

Grand Colombier


Via de achterkant van de berg dalen we af. Over een lengte van enkele kilometers is deze nog een stuk steiler dan de zijde die wij beklommen hebben. Daarna daalt het minder steil af richting het dorpje Yenne. Parallel aan de Rhône fietsen we over golvend terrein naar de tweede grote pukkel van vandaag, de Grand Colombier , niet te verwarren met de Col de la Colombière. In het eerste deel van de klim passeren we kleine vervallen dorpjes. Het is duidelijk geen vetpot hier in de buurt. Het is nog niet echt steil, maar de middaghitte eist zijn tol. In Virieu-le-Petit vinden we eindelijk een terras. Na twee cola hebben we de vochtvoorraad weer voldoende aangevuld. Dan draait de weg naar rechts richting het bos. Daar liggen drie loodzware kilometers van 12, 13 en nogmaals 13% op ons te wachten. Afzien en genieten tegelijk en dat met 6 km/uur. Op een wat vlakker gedeelte kunnen we even bijkomen. De laatste kilometers zijn weer flink steil. Op de top van de berg, een grazige weide, torent een enorm kruis. Bovengekomen ontvouwt zich misschien wel het mooiste uitzicht wat ik ooit bovenop een klim gezien heb. De Rhône kronkelt aan onze voeten, bergruggen liggen verspreid in het land. In het zuiden ligt het Lac du Bourget en op de achtergrond zijn overal besneeuwde Alpentoppen te zien. En ja, ook de Mont Blanc is er weer bij. Misschien moeten we die berg aan het eind van de vakantie maar eens met een bezoek vereren...

Afdaling Grand Colombier


De afdaling naar Culoz is erg onregelmatig. Er zitten steile stukken in. Zo steil zelfs, dat ik op een wat langer recht stuk mijn snelheidsrecord met de racefiets aanscherp naar 84 km/uur. Vlak voor een achtbaan-achtige bochtenserie lijken we zo de Rhône en het Lac du Bourget in te dalen. Alweer een mooi plaatje! Na Culoz wordt het zo vlak als een pannenkoek. Langs een kanaal komen we weer aan de oever van het 20 km lange Lac du Bourget. De weg langs het meer loopt over de flank van de bergkam die uit het meer oprijst. Op het einde van deze zware etappe moeten we nog ongeveer 400 hoogtemeters overwinnen. Ze voelen een beetje als mosterd na de maaltijd. Eenmaal op hoogte blijft de weg enkele kilometers op ongeveer hetzelfde niveau golven. Als eindelijk de afdaling naar Le Lac wordt ingezet, duurt het niet lang of we zijn beneden.


De autorit terug naar St Jean verloopt zonder problemen. We dineren bij de plaatselijke McDonalds. Tegen tienen zijn we weer op de camping. Na een heerlijke douche drinken we nog wat fris onder de sterrenhemel. Dan zit deze prachtige dag erop.




Op Camping des Grand Cols



Dag 14: Rustdag

We zitten op Camping des Grand Cols in St Jean-de-Maurienne. De vriendelijke eigenaar zet duidelijk in op fietspubliek. Zo kregen we bij aankomst een boekje met 17 fietsroutes in de buurt. Terwijl onze Belgische buren zich opmaken voor de koninginnerit van de Transmaurienne, een meerdaagse mountainbike wedstrijd die deze week verreden wordt, raken wij de fietsen een dagje niet aan. Veel meer dan een keer heen en weer lopen naar het centrum voor boodschappen doen we niet. 's Avonds barst een enorm onweer los. Gelukkig blijft het op de bergkammen in de buurt hangen en komt het niet echt dichtbij.



Dag 15: Mont Cenis
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Van de 'Grand Cols' op het bord bij de ingang van de camping ontbreken er nog twee: de Mont Cenis en de Iseran. Om die te kunnen bereiken verhuizen we vandaag naar Lanslebourg, een dikke 50 km verder de bergen in. Het weer is nog steeds van slag. Het is zwaar bewolkt en af en toe regent het wat.

Mont Cenis


's Middag beklimmen we de Col du Mont Cenis , een lekker lopende klim met een lengte van 10 km. Het eerste deel van de klim regent het zachtjes. De camping ligt op 1400 m, dus we zitten meteen al hoog. De brede weg vormt de verbinding met Italië. Even voor de col is een prachtig uitzicht op het dal van de Arc en de bergen van het Nationaal Park van de Vanoise aan de overkant. Op 2000 meter hoogte ligt hier een groot stuwmeer, het Lac du Mont Cenis. Op het hoogste punt van de weg staat een kapelletje, een bezoekerscentrum en is er een kruidentuin. Na even rondgekeken te hebben, dalen we weer terug af naar de camping.



Dag 16: Iseran (2x)
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Er staat alweer een bijzondere col op het programma: de Col de l'Iseran, met 2770 m op de Bonette na de hoogste col van de Alpen. Onder een stralend blauwe lucht verlaten we de camping. Om bij de voet van de Iseran te komen, moeten we eerst de Col de la Madeleine bedwingen. Dit klinkt indrukwekkender dan het is, want het betreft hier niet de grote Madeleine bij La Chambre die we eerder deze week beklommen. Net als bij de Mont Ventoux ligt ook bij Lanslebourg een colletje met de naam Madeleine. En er zijn er vast nog een paar te vinden in Frankrijk... Toch moeten we nog even aan de bak. Het klimmetje bevat enkele steile kilometers. Bovengekomen volgt na een korte afdaling een zo goed als vlak stuk door het mooie dal van de rivier de Arc.

Pont de la Neige (Iseran)


In Bonneval-sur-Arc begint de klim naar de Col de l'Iseran vanaf de zuidkant. Eerst klimmen we met een grote lus tegen de bergwand op, waarna de pasweg een zijdal induikt. Even wordt het wat vlakker, maar na het oversteken van een bergbeekje begint een tweede steile gedeelte. Hoe hoger we komen hoe ruiger het landschap wordt. Kale rotsen en hoge toppen bepalen het blikveld. Voorbij de Pont de la Neige begint de finale klim naar de top. Steil hier! En hoog: de lucht is merkbaar dunner boven de 2500 m. Op de top is het druk. Erg veel motorrijders en ook behoorlijk wat fietsers. Het is duidelijk dat je deze pas op je palmares moet hebben. Op de top een souvenirwinkeltje, een kerkje en vanzelfsprekend een prachtig uitzicht.

Iseran


Omdat we de Iseran ook vanaf de andere kant willen beklimmen, dalen we af naar Val d'Isère. Hier maken we rechtomkeert en beginnen voor de tweede keer aan de klim naar de Col de l'Iseran , nu vanaf de noordkant. Deze kant is makkelijker dan de zuidkant. Als we de Isère oversteken en het dal uitklimmen, wordt het steiler. Het leuke hier is dat er elke kilometer een bordje staat waarop de hoogte en het stijgingspercentage staan aangegeven. Dat zie je niet veel hier in de Alpen, terwijl het op de grote cols in de Pyreneeën een goede gewoonte is. Bovenin de klim heb je mooi uitzicht op het uit de kluiten gewassen skidorp Val d'Isère. Hoewel, mooi, het verstoort wel het natuurlijke landschap. Het laatste stukje is het lastigste deel van de klim. Met een paar haarspeldbochten slingert de weg tussen de kale rotsen naar de col.


Een snelle afdaling brengt ons weer in Bonneval. In de richting van Lanslebourg hangen donkere wolken. In een poging voor de bui binnen te zijn haasten we ons door het dal. Na een klein knikje omhoog staan we op de Madeleine, die van deze kant niets voorstelt. Vanaf hier is het dalen naar Lanslebourg. Net voordat het onweer losbarst komen we aan op de camping.



Dag 17: Finestre
>
Hoogteprofiel
> Routekaartje

Voor de laatste fietsdag van de vakantie hebben we een leuke uitsmijter gepland: de Colle delle Finestre , met bijna 1700 hm over 18 km een van de zwaarste cols van Europa. In 2005 zorgde de beklimming ervan voor spectaculaire beelden in de Giro d'Italia. In de laatste acht kilometers ligt geen asfalt. Voor de Giro was de weg destijds perfect geprepareerd. we hopen dat het vandaag, dik vier jaar later, nog fatsoendelijk met de racefiets begaanbaar is.

Finestre


Vanaf de camping Lanslebourg is het een klein uurtje rijden naar de voet van de Finestre in Susa, Italië. Wat een drukte hier! We parkeren de auto, eten nog wat en maken de fietsen klaar. Na een paar minuten inrijden komen we aan de voet en begint de klim. Die hakt er meteen fors in. Het steilste gedeelte van de hele beklimming volgt al snel als we na amper een kilometer klimmen bij het binnenrijden van Meana di Susa onder een spoorwegviaduct door moeten. De weg naar de pas kronkelt door de smalle straatjes van Meana omhoog. Na het verlaten van het dorp verdwijnt de weg al snel in een bos. Via een weergaloze serie haarspeldbochten (28 in 3 km) kruipen we tegen de berghelling omhoog. De weg is smal, het wegdek erg goed. We genieten er nog maar even van. Er volgt een prachtig uitzicht over het dal van Susa en het Massief van de Mont Cenis aan de overkant. Een wat grotere lus brengt ons bij Il Colleto, waar het gedaan is met het asfalt en het sterrato begint.

Finestre


En dat is even schrikken! De mooie geplaveide weg uit de Ronde van Italië blijkt gedegenereerd tot een stenig pad vol kuilen en sporen. We twijfelen of we om zullen keren, want dit is eingelijk niet te doen met de racefiets. Waar is een MTB als je er een nodig hebt? We besluiten toch door te klimmen, we hebben er niet voor niets al 1000 hm op zitten. Zo goed en zo kwaad als het gaat harken we verder. De snelheid is er nu helemaal uit. Die was al niet hoog, want de hele klim ligt het stijgingspercentage rond de 10%. De omgeving moet hier geweldig zijn, maar helaas is het weer aan het verslechteren. We houden het nog droog, maar mist ontneemt ons een groot deel van het uitzicht. Grote stenen aan de kant van de weg tellen de kilometers naar de top af. De weg is ooit aangelegd om militaire forten in de omgeving te kunnen bereiken. Vooral de bochten zijn ontzettend uitgereden. Daar is haast geen doorkomen aan. op de rechte stukken gaat het wat beter, al blijft het uitkijken voor stenen. We worden kort opgehouden door een kudde koeien, die de weg oversteekt. Met een paar steile bochten bereiken we na 2 uur en 40 minuten klimmen (fietstijd...) de col. Jammer genoeg hangt het dal nu vol bewolking, maar op heldere dagen moet het uitzicht hier fantastisch zijn. Boven staat een monument voor Di Luca, die hier in de Giro als eerste bovenkwam. De asfaltweg waar de wielrenners toen over afdaalden ligt er ook nu nog picobello bij.

Finestre, de laatste meters naar de top


We besluiten dezelfde weg terug te nemen en er geen rondje van te maken. In principe had dat goed gekund (via Sestrière en Cesena Torinese, in totaal 92 km), maar vanwege het slechte weer zijn we vanochtend pas laat vertrokken. Helaas hebben we daardoor nu geen tijd meer om het rondje af te maken. Afdalen via de gravelweg dus. Dat gaat niet heel veel sneller dan er tegenop klimmen. We zijn blij als de acht kilometers erop zitten en we weer glad asfalt onder de wielen krijgen. Intussen valt er met tussenpozen wat regen uit de lucht, waardoor de weg hier en daar verradelijk glad is geworden. En daar kom ik op brute wijze achter. Ik schat een bocht niet helemaal goed in, knijp even extra hard in de remmen en voor ik het door heb, slaat de fiets onder me vandaan en klap ik tegen het asfalt. Op wat schaafwonden en verbogen fietsonderdelen na valt de schade gelukkig mee. Terwijl Jantine verder afdaalt om de auto te halen, overdenk ik aan de kant van de weg mijn zonden.



Dag 18: Rustdag (kabelbaan Aiguille du Midi)

Wat hebben de Sabot, de Glandon, de Madeleine, de Mont du Chat en de Grand Colombier gemeen? Ten eerste hebben wij ze beklommen deze vakantie en ten tweede is vanaf al deze toppen de Mont Blanc te zien. Omdat we al twee weken tegen de hoogste Alpentop aan kijken, besluiten we de berg deze laatste dag van de vakantie met een bezoek te vereren. Na een nogal lange autorit arriveren we in Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc. Wat een ongelofelijke chaos hier! We proberen een camping, maar die is vol. Gelukkig vinden we verderop een mooi plekje op de camping van Argentière.

Finestre, de laatste meters naar de top


Na de lunch stappen we weer in de auto. In Chamonix kopen we kaartjes voor de kabelbaan naar de top van de Aiguille di Midi. Met flink wat extra kleding aan zoeven we even later omhoog. Na een tussenstop stappen we 20 minuten later uit op 3842 m hoogte, waar een snijdend koude wind staat. Zagen we de Mont Blanc eerst vanaf een afstand van 80 km, nu kunnen we de top bijna aanraken! De diverse uitzichtpunten op de top van de Aiguille du Midi geven een uniek uitzicht op de besneeuwde Alpentoppen. Een wandeling in de sneeuw maken zit er niet in: alleen bergbeklimmers met stijgijzers en klimuitrusting mogen de top van de Aiguille verlaten. Na een paar uur rondkijken is het tijd om af te dalen. 3000 meter lager zit ook dit avontuur erop. Het was een bijzonder einde van een geslaagde vakantie!